Historie

X

In Cadier en Keer beschikken ze over zeer oude papieren om aan te tonen, dat vastenavond en carnaval van oudsher een hechte plaats innemen in de autochtone volksaard.

Zo is er bijv. een uit 1777 daterende ambtsinstructie voor ‘de boden der Heerlykheid Cadier’. Daarin staat de opdracht aan de bode, laten wij zeggen de dienstdoende veldwachter, dat hij ‘ten tyde van den Vastenavond nauwkeurig toezigt zal nemen dat geene zoogenaamde Mommen of verkleede Persoonen over straatloopen of baldadigheden plegen, zullen de hy de zelve arresteeren’.

Hieruit valt af te leiden, dat al in 1777 in Cadier Vastenavond werd gevierd, ‘vermomd’ en al, maar klaarblijkelijk niet op straat, maar in de beslotenheid van herbergen en taveernen.

De eersten

In de late veertig-, begin vijftigerjaren, werd er in Cadier en Keer massaal carnaval gevierd, vooral op straat. Met een kussensloop en een oud gordijn over het hoofd en verder wat vodden aan, trok men zingend en hossend over straat, om met grote regelmaat aan te leggen in één van de 9 café’s, die ons dorp toen rijk was. In die café’s zat meestal een accordeonist, om de stemming op peil te houden.

Officieel

In het toenmalige café van Sjoke Gorissen, het huidige ‘Old Inn’, kwamen in 1952 enkele stamgasten op het idee, dat Keer volrijp was om een echte carnavalsvereniging tot leven te brengen. Zo werd Jean Beijers in dat jaar uitgeroepen tot eerste prins van Keer. De uit Maastricht over gewaaide carnavalsliederen werden overstemd door de eigen schlager “noow draan Klenderaire, noow draan”.

De Klenderaire van de lichting 1952 en later presenteerden zich in geïmproviseerde hofkleding. Zij droegen een zelfde narrenmuts en probeerden ook voor het overige zo uniform mogelijk voor de dag te komen. Maar plezier hadden ze !!

Doek valt

De in 1952 verenigde Klenderaire bleven ‘gaas geve’ tot 1962. In de manier waarop naarbuiten werd geacteerd, slopen op den duur gewoonten en gedragsregels binnen, die een hecht voortbestaan van de vereniginguiteindelijk in de wegstonden. Zo kon het niet uitblijven, dat op een kwaad moment het doek viel over de Keerder Klenderaire. Niet voorgoed, niet voorlang zelfs.

Heroprichting

De heroprichting van de Klenderaire werd medio 1964 ingeleid met een soort volksstemming, een referendum onder plaatselijke verenigingen. Tijdens een drukbezochte vergadering, gavenzij het rood-geel-groene licht aan de initiatiefnemers.

Daarop werd een nieuw bestuur gekozen, met Theo Hogenboom als voorzitter en Jean Beijers als (zitting)president. Ook een raad van elf werd opgericht, er kwamen hofdames en zelfs een wapendragende (!) lijfwacht van de prins.

Het duurde nog tot 1966, voor men de eerste prins mocht verwelkomen. Die eer viel te beurt aan Hub Spronck. Mede door diens wervelend optreden werd ‘de première’ een doorslaand succes.

Het is niet bij dat ene succes gebleven, getuige het feit, dat in 2009 het 4 x 11 jarig jubileum werd gevierd en dat we hard op weg zijn naar het 5 x 11 jarig jubileum in 2020.