1777.
In Cadier en Keer beschikken ze over zeer oude papieren om aan te tonen, dat vastenavond
en carnaval van oudsher een hechte plaats innemen in de autochtone volksaard
Zo is er bv. een uit 1777 daterende ambtsinstructie voor 'de boden der Heerlykheid Cadier'.
Daarin staat de opdracht aan de bode, laten wij zeggen de dienstdoende veldwachter, dat hij
'ten tyde van den Vastenavond nauwkeurig toezigt zal neemen dat geene zoogenaamde Mommen of
verkleede Persoonen over straat loopen of baldadigheden plegen, zullende hy de zelve
arresteeren'.
Hieruit valt af te leiden, dat al in 1777 in Cadier vastenavond werd gevierd, 'vermomd' en
al, maar klaarblijkelijk niet op straat, maar in de beslotenheid van herbergen en taveernen.
De eersten
| In de late veertig-, begin vijftiger jaren, werd er in Cadier en Keer massaal carnaval gevierd, vooral op straat. Met een kussensloop en een oud gordijn over het hoofd en verder wat vodden aan, trok men zingend en hossend over straat, om met grote regelmaat aan te leggen in één van de 9 café's, die ons dorp toen rijk was. In die café's zat meestal een accordeonist, om de stemming op peil te houden. |
|